Onlangs mocht ik voor het blad Baptisten.nu een interview houden met de nieuwe Dorcas-directeur Joeke van der Mei. Hij werkte tien jaar bij de Evangelische Alliantie en maakte deze zomer de overstap naar Dorcas. Bijzonder om in zo'n gesprek de gelegenheid te hebben om de drijfveren te horen van een nieuwe collega.
Joeke vertelde onder meer hoe zijn zesjarige zoon Manuel het laatste duwtje in de rug gaf in de beslissing om - na een hele goede periode bij de EA - van baan te veranderen. ‘Ik vertelde mijn kinderen dat ik erover dacht bij Dorcas te gaan werken, een organisatie die arme mensen helpt. Manuel zei: Dan wil ik al mijn geld aan Dorcas geven! Dat was aan het ontbijt. Toen hij ’s middags uit school kwam, liep hij regelrecht naar de la waar hij een portemonnee heeft met wat geld. Hij wilde dat echt aan de arme mensen geven. Dat ervoer ik echt als een knipoog.’
Dat het werk van Dorcas zo concreet is, vindt hij mooi. ‘De organisatie probeert arme mensen in Afrika en Oost-Europa aan een beter leven te helpen. Dat spreekt tot de verbeelding.’ Heeft Joeke iets met ontwikkelingssamenwerking? ‘Ik heb in de eerste plaats iets met het willen volgen van Jezus. Dat kan op heel veel manieren. Wat Dorcas doet, zit wel in het hart van het evangelie. En daar word ik warm van. De Here Jezus had echt oog voor mensen in nood en dat mogen wij ook hebben.’
10.000 vrijwilligers
Wat Dorcas over de grenzen doet, vindt Joeke fantastisch. ‘Er is zoveel onrecht; daar willen we als Dorcas iets in betekenen. Jezus heeft ons de opdracht gegeven om nu al iets te laten zien van zijn Koninkrijk. Het is de uitdaging om zijn boodschap serieus te nemen. Bij Dorcas wordt dat heel concreet gedaan. Daar word ik enthousiast van. Maar het zit ook in de manier waarop we hier als collega’s met elkaar omgaan en in de tienduizend vrijwilligers die in Nederland voor Dorcas actief zijn. Door geven en doen kun je gestalte geven aan een missionaire levensstijl, iets wat ook bij de EA een centraal onderwerp is en waar ik persoonlijk erg mee bezig ben. Overigens zie ik Dorcas als bediening en verlengstuk van de gemeente en niet als iets dat op zichzelf staat. We willen met ons werk dienstbaar zijn aan de Heer van de gemeente.’
Lees hier het hele artikel in Baptisten.nu (pagina 8 en 9).
donderdag 27 september 2012
zaterdag 25 augustus 2012
Wij gaan weer naar school!
‘Ik mag naar school!’ Mijn nichtje Raphaëlle kijkt naar me op als ze dit grote nieuws aan mij vertelt. Trots. Ik betoon de gepaste eerbied voor het bereiken van deze mijlpaal. Mag ze écht al naar de grote school? Ja, ze is in de zomervakantie vier geworden en vanzelfsprekend is er nu een plekje in groep één voor haar. Vanzelfsprekend, want in Nederland kan in principe elk kind naar school. Elke ouder is verplicht zijn of haar kind onderwijs te laten volgen. Leren, jezelf ontwikkelen is een recht van elk kind.
In de strijd tegen armoede is onderwijs wel een van de meest zinvolle wapens. Wereldwijd kunnen ongeveer 800 miljoen volwassenen niet lezen en schrijven. Bijna al deze mensen wonen in ontwikkelingslanden. Gebrek aan kennis en vaardigheden gaat vaak hand in hand met armoede. Het is een spiraal waar maar moeilijk aan te ontsnappen is. Immers, als vader en moeder geen onderwijs hebben gevolgd en mede daardoor geen werk en inkomen hebben, kunnen zij hun kinderen ook niet naar school laten gaan. Voor deze kinderen ligt er dan een zelfde leven in het verschiet als voor hun ouders.
Spijbelen
Bij Dorcas helpen we daarom op verschillende manieren kinderen om naar school te gaan. Soms is daar alleen een paar schoenen voor nodig! Via een van onze adoptieprojecten in Oost-Europa werd een gezin met twee jongens geholpen. Na verloop van tijd hoorde onze medewerker ter plaatse dat de broertjes niet alle dagen naar school kwamen. De ene dag kwam de ene en de andere dag de andere. Vonden ze school soms niet leuk of niet belangrijk en spijbelden ze daarom zo vaak? Nee, de jongens bleken samen maar één paar schoenen te hebben. Dus konden ze alleen om de beurt naar school.
Het komt ook vaak voor dat kinderen niet naar school kunnen omdat hun ouders geen geld hebben om de benodigde schoolspullen te kopen. Elk jaar doen tientallen scholen en zondagsscholen in Nederland mee aan de Dorcas Rugzakactie. Daarbij zamelen kinderen pennen, potloden, schriften en andere schoolmaterialen in voor leeftijdsgenoten in Afrika en Oost-Europa. Zo kunnen die kinderen óók naar school en kunnen ze bouwen aan een betere toekomst voor zichzelf, hun familie en hun land.
En het is prachtig om de blijdschap en verrassing te zien van kinderen die hun rugzakje ontvangen en uitpakken. Zoals de zevenjarige Anya in Roemenië. Ze zit op een stoepje voor een smoezelig huisje. Twee parmantige staartjes in haar donkere haar. Stralende donkere ogen. Uit het helderblauwe tasje komen kleurige potloden, pennen en schriften, een liniaal, een puntenslijper, een gum … Zulke mooie dingen heeft Anya nog nooit gehad. En wat nog belangrijker is: ze mag naar school!
Spandoek
Zodra je ons dorp binnenrijdt, kan het je niet ontgaan. Er hangt een spandoek met de bekende slogan ‘Wij gaan weer naar school’. Natuurlijk, in eerste instantie wil de overheid automobilisten erop attent maken dat er weer scholieren aan het verkeer deelnemen.
Maar elke keer als ik de slogan lees, hoor ik mijn vierjarige nichtje, hoor ik een triomfantelijk koor van kinderstemmen. Wij, de kinderen van Nederland, mogen weer naar school. We hebben heerlijk genoten van zes of zeven weken vakantie en misschien hebben we niet heel veel zin om weer in de schoolbanken te schuiven, huiswerk te doen, proefwerken te maken. Maar we hebben de kans elke dag nieuwe dingen te leren en zo te werken aan onze toekomst.
(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 24 augustus 2012)
In de strijd tegen armoede is onderwijs wel een van de meest zinvolle wapens. Wereldwijd kunnen ongeveer 800 miljoen volwassenen niet lezen en schrijven. Bijna al deze mensen wonen in ontwikkelingslanden. Gebrek aan kennis en vaardigheden gaat vaak hand in hand met armoede. Het is een spiraal waar maar moeilijk aan te ontsnappen is. Immers, als vader en moeder geen onderwijs hebben gevolgd en mede daardoor geen werk en inkomen hebben, kunnen zij hun kinderen ook niet naar school laten gaan. Voor deze kinderen ligt er dan een zelfde leven in het verschiet als voor hun ouders.
Spijbelen
Bij Dorcas helpen we daarom op verschillende manieren kinderen om naar school te gaan. Soms is daar alleen een paar schoenen voor nodig! Via een van onze adoptieprojecten in Oost-Europa werd een gezin met twee jongens geholpen. Na verloop van tijd hoorde onze medewerker ter plaatse dat de broertjes niet alle dagen naar school kwamen. De ene dag kwam de ene en de andere dag de andere. Vonden ze school soms niet leuk of niet belangrijk en spijbelden ze daarom zo vaak? Nee, de jongens bleken samen maar één paar schoenen te hebben. Dus konden ze alleen om de beurt naar school.
Het komt ook vaak voor dat kinderen niet naar school kunnen omdat hun ouders geen geld hebben om de benodigde schoolspullen te kopen. Elk jaar doen tientallen scholen en zondagsscholen in Nederland mee aan de Dorcas Rugzakactie. Daarbij zamelen kinderen pennen, potloden, schriften en andere schoolmaterialen in voor leeftijdsgenoten in Afrika en Oost-Europa. Zo kunnen die kinderen óók naar school en kunnen ze bouwen aan een betere toekomst voor zichzelf, hun familie en hun land.
En het is prachtig om de blijdschap en verrassing te zien van kinderen die hun rugzakje ontvangen en uitpakken. Zoals de zevenjarige Anya in Roemenië. Ze zit op een stoepje voor een smoezelig huisje. Twee parmantige staartjes in haar donkere haar. Stralende donkere ogen. Uit het helderblauwe tasje komen kleurige potloden, pennen en schriften, een liniaal, een puntenslijper, een gum … Zulke mooie dingen heeft Anya nog nooit gehad. En wat nog belangrijker is: ze mag naar school!
Spandoek
Zodra je ons dorp binnenrijdt, kan het je niet ontgaan. Er hangt een spandoek met de bekende slogan ‘Wij gaan weer naar school’. Natuurlijk, in eerste instantie wil de overheid automobilisten erop attent maken dat er weer scholieren aan het verkeer deelnemen.
Maar elke keer als ik de slogan lees, hoor ik mijn vierjarige nichtje, hoor ik een triomfantelijk koor van kinderstemmen. Wij, de kinderen van Nederland, mogen weer naar school. We hebben heerlijk genoten van zes of zeven weken vakantie en misschien hebben we niet heel veel zin om weer in de schoolbanken te schuiven, huiswerk te doen, proefwerken te maken. Maar we hebben de kans elke dag nieuwe dingen te leren en zo te werken aan onze toekomst.
(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 24 augustus 2012)
vrijdag 23 maart 2012
Jonge ondernemers
Cupcakes. Cindy heeft het gevoel dat ze nooit anders heeft gedaan dan cupcakes bakken en decoreren. Ze heeft er dan ook tientallen gemaakt de afgelopen twee weken. En omdat ze er steeds handiger in wordt en de marsepeinen ‘bekleding’ er elke keer strakker uitziet, krijgt ze er meer en meer plezier in. De opbrengst van de verkoop draagt trouwens ook aan dat gevoel bij. Cupcakes zijn in, dat is duidelijk.Cindy is veertien jaar en volgt het tweede jaar van een vmbo-opleiding in Enkhuizen. Aan het begin van de maand heeft ze tijdens de economieles samen met drie klasgenoten een briefje van twintig euro gekregen. Nou ja, niet echt gekrégen. Het is een lening, een microkrediet. Alle vier hebben ze hun handtekening gezet onder een contract van de hulporganisatie Dorcas die het geld ter beschikking heeft gesteld. Het is de bedoeling dat ze het bedrag straks niet alleen terugbetalen, maar via ondernemerschap ook vermeerderd hebben. De winst is bestemd voor leeftijdsgenoten in de projecten van Dorcas. En zo zijn Cindy en haar klasgenoten aan het ‘ondernemen’ geslagen. Niet alleen mooi voor ‘het goede doel’, maar ook een leuke uitdaging.
Kleurige jurken
In Olokii, een dorp in Tanzania, is het twee uur later dan in Enkhuizen. Terwijl Cindy het aanrecht nog een beetje opruimt, ligt in Olokii de zestienjarige Nala al op haar matje te slapen. Ze droomt. Niet van kleurige cupcakes, maar van kleurige lappen stof. Van prachtige jurken die zij daarvan heeft gemaakt. Van klanten die hun bestelling op komen halen en er tevreden het afgesproken bedrag voor betalen.
Nala heeft vijf jongere broers en zussen. Hun moeder zorgt voor hen zo goed ze kan. Breed heeft het gezin het bepaald niet. Nala’s moeder heeft geen vaste baan, maar gaat elke dag op zoek naar betaalde klusjes op de markt of op een van de boerderijen verderop. Wanneer ze werk vindt, is er ’s avonds te eten.
Nu bijna een jaar geleden kreeg Nala de kans om een opleiding te gaan volgen in het vaktrainingscentrum van Dorcas. In dit centrum worden jongeren opgeleid tot onder meer timmerman, metselaar, kleermaker en kleuterleidster. In Olokii en omgeving heerst grote werkloosheid en zonder opleiding zijn de mogelijkheden om een baan te vinden helemaal nihil. Zo begon Nala vorig jaar gemotiveerd aan de vaktraining tot kleermaker. Inmiddels kan ze prima overweg met de naaimachine en heeft ze ook geleerd wat er komt kijken bij het runnen van een eigen bedrijfje. Als ze binnenkort haar opleiding heeft afgerond, krijgt ze een microkrediet van omgerekend honderd euro vanuit het project mee. Daarmee kan ze de benodigde investeringen doen om haar eigen zaakje op te zetten. Drie jaar later moet ze de lening hebben afbetaald, zodat het bedrag weer aan een andere jonge ondernemer kan worden uitgeleend. Een jonge ondernemer zoals zijzelf … Blij is Nala. Blij en trots en hoopvol.
Creativiteit
Aan het eind van de actieperiode vertellen Cindy en haar collega-bakkers in de klas wat ze hebben gedaan om hun twintig euro te vermeerderen en welke winst ze aan Dorcas kunnen afdragen. Ook alle andere groepjes laten hun resultaten zien. Nu blijkt hoeveel creativiteit de actie heeft losgemaakt. Verschillende groepjes hebben dingen gebakken en verkocht: appeltaarten, cakes en pannenkoeken. Ook zijn er veel andere goederen verkocht, zoals tulpenbollen, fruit en tweedehands spullen. Anderen hebben optredens verzorgd voor kinderen in de buitenschoolse opvang of bingo georganiseerd voor ouderen in een verzorgingshuis. Twee Dorcas-medewerkers mogen, náást de terugbetaalde leningen, 2800 euro in ontvangst nemen voor het project in Olokii. Een prachtig resultaat!
(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 23 maart 2012)
zaterdag 21 januari 2012
Iets leuks bij de post
Met een gevoel van spijt heb ik de kerstkaarten weer van de kastdeur gehaald. Natuurlijk gaat Kerst over de geboorte van Jezus Christus. Maar de kerstpost vind ik een heerlijk bijverschijnsel van de feestdagen in december.Aan het eind van elke werkdag haast ik mij verwachtingsvol naar huis. Zou er tussen de rekeningen en bankafschriften misschien een kaartje zitten? Of misschien wel twee of drie of … zelfs vier? Met het naderbij komen van de feestdagen neemt het aantal kaartjes elke dag toe. Het maakt me steeds opnieuw blij: elk kaartje is immers een teken van contact met andere mensen.
Wie ook heel erg blij zijn met post, zijn de ‘grannies’ van Dorcas. Dit zijn ouderen in Afrika en Oost-Europa die door Nederlandse sponsors via het Adopt a Granny-project worden ondersteund. Deze ouderen behoren tot de allerarmsten van hun samenleving. Ze hebben vaak hun leven lang hard gewerkt, maar moeten nu in schrijnende armoede zien te overleven. Van het bedrag dat de sponsors maandelijks betalen, worden zij geholpen met voedsel en kleding, medicijnen, hout voor de kachel en andere dingen die zij dringend nodig hebben.
Maar hoe ernstig hun materiële gebrek ook is, keer op keer horen we dat de ‘grannies’ de eenzaamheid misschien nog wel erger vinden dan het tekort aan brood. Ooit stonden ze midden in de samenleving, hadden ze een werkkring, was er familie bij wie zij hoorden. Nu voelen zij zich afgedankt en geïsoleerd. Daarom betekent het onvoorstelbaar veel voor hen dat er mensen in het verre Nederland zijn die naar hen omkijken. Plotseling staan ze er niet meer alleen voor. Een brief of kaartje van de sponsor maakt dit bijzonder concreet en wordt dan ook enorm gewaardeerd. Een tijdje geleden overleed een van de ouderen uit het Roemeense project. Van tevoren had hij laten opschrijven welke persoonlijke spulletjes hij mee wilde laten begraven als zijn tijd gekomen was. Daaronder waren de brieven die hij in de loop van de jaren had ontvangen van zijn Nederlandse sponsor!
Zo’n verhaal stimuleert mij weer extra om ook regelmatig wat te laten horen aan ‘mijn’ granny, de inmiddels 82-jarige Olga in Moldavië. Ze moet rondkomen van een pensioen van slechts twintig euro per maand. Dat is onmogelijk, ook in het armste land van Europa. Haar inkomen is niet eens voldoende om eten van te kopen, laat staan medicijnen, stookhout of andere elementaire zaken. Soms is het wel eens lastig om te bedenken wat ik aan haar zal schrijven. Ons leven is zo anders dan dat van haar en het laatste wat je wilt, is haar ‘de ogen uitsteken’ met alles wat wij hier hebben. Zo blijft het vaak bij het vragen naar haar gezondheid en het uiten van goede wensen. Maar ik hoop dat alleen al het teken van onze verbondenheid een beetje blijdschap brengt in haar leven. Zoals ik nu al uitkijk naar háár jaarlijkse kerstkaart die meestal begin februari in onze brievenbus valt. Iets leuks bij de post, een teken van verbondenheid.
(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 20 januari 2012)
vrijdag 4 november 2011
Bedelkindjes
Spaaracties. Er gaat geen maand voorbij of er is bij een van de supermarkten wel iets te sparen: zegeltjes voor korting bij een pretpark, dierenstickers om in een verzamelboek te plakken, pluchen aapjes, figuurtjes uit bekende tekenfilms en nog veel meer. Een deel van de klanten schijnt dit maar onzin te vinden of zelfs irritant, maar zelf vind ik het meestal wel leuk. En ik ben zeker niet de enige, want het blijkt financieel goed uit te kunnen.Een bijverschijnsel van de spaaracties is het fenomeen bedelkindjes. Zo noem ik de kinderen die me bij de uitgang van de supermarkt staan op te wachten in de hoop mijn knikker, bouwblok of kwartetkaart te krijgen. Nu ben ik opgegroeid met regels als ‘kinderen die vragen worden overgeslagen’ en ‘na schooltijd thuiskomen en niet rondhangen in het winkelcentrum’. Dus ik kijk er wat vreemd tegenaan als ik door soms echt jonge kinderen wordt aangesproken. ‘Mevrouw, hebt u ook boeboe’s?’ ‘Mevrouw, zou ik uw frummels mogen?’ ‘Mevrouw, mag ik uw domino’s hebben?’
Ja, dat zijn de westerse bedelkindjes. Ze herinneren me aan drie jonge Roma-kinderen die ik in de Roemeense stad Oradea ontmoette. Een jongen en twee meisjes. Ze waren smoezelig en twee van hen liepen op blote voeten, zomaar op het asfalt. Ze zeiden niets, maar hielden alleen hun hand op. Nee, niet om de nieuwste knuppies of dragoenen in ontvangst te nemen. Hun opgehouden handjes en hun ogen vroegen om eten. Daar sta je dan, plotseling oog in oog met kinderen die op school hadden moeten zitten, maar die hun dagen vullen met het bij elkaar bedelen van hun eerste levensbehoeften. Natuurlijk konden we niet anders, dan hen wat broodjes en een appel uit ons lunchpakket te geven…
Deze week staan – misschien wel naast de ‘westerse bedelkindjes’ – ook duizenden vrijwilligers van Dorcas bij de in- en uitgang van de supermarkten. Vooral volwassenen, maar ook jongeren en kinderen. Als het goed is, zullen zij niet om de kakels of de fluflu’s vragen die u gratis bij de kassa hebt gekregen. Nee, zij zullen vragen om een pak macaroni, een blik bonen of een doosje thee. Niet voor zichzelf, maar namens die Roemeense straatkindjes en zoveel andere Oost-Europese armen, die geen inkomen hebben of een pensioentje waar ze onmogelijk van rond kunnen komen.
Persoonlijk vind ik de jaarlijkse Dorcas Voedselactie een prachtige actie. Het is zo concreet. Je verzamelt in je winkelwagentje je weekendboodschappen. Melk, pindakaas, verse groenten, een fles wasverzachter, een extra lekkere koek voor de zondag, oh ja, de koffie was ook bijna op… En naast je eigen boodschappenlijstje heb je deze keer ook het Dorcas-lijstje in de hand: een fles zonnebloemolie, een pakje droge soep, een tube tandpasta. Dingen die zo weinig kosten, maar waar je een ander zo blij mee kunt maken. Niet voor niets is deze voedselinzameling in de week van Dankdag voor gewas en arbeid. Geven uit dankbaarheid voor het vele dat we zelf hebben ontvangen. ‘Alstublieft mevrouw, dit is voor de bedelkindjes in Oost-Europa.’
(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 4 november 2011)
vrijdag 2 september 2011
Geen lunch, dus ook geen lunchpauze
Dit jaar ging onder meer een groep jongeren uit Beuningen naar Kenia om in de regio Wikivuvwa huizen te bouwen. Kenia is op dit moment regelmatig in het nieuws vanwege de droogte in de Hoorn van Afrika en vanwege de Somalische vluchtelingen die er in opvangkampen proberen te overleven. Dorcas werkt echter al twintig jaar in dit land en heeft er een kantoor met lokale medewerkers en verschillende partnerorganisaties die de projecten uitvoeren. In het huizenbouwproject in Wikivuvwa worden voor én met de allerarmste mensen huisjes gebouwd. Hiervoor worden milieuvriendelijke stenen en het lokaal aanwezige zand gebruikt. De nieuwe eigenaren betalen niet alleen binnen tien jaar de helft van het huis terug, ze helpen ook zo veel mogelijk zelf mee met het bouwen. Zo zijn zij optimaal betrokken bij de hulp. En de Nederlandse jongeren sloten zich dus twee weken lang elke dag bij hen aan.
Met Dorcas reizen betekent overigens niet alleen werken, het is ook: oog in oog staan met de armoede. Het is beton mengen met de hand en zelf een ladder en een steiger in elkaar knutselen. Het is je hoofd stoten aan het dak van de auto als de chauffeur een kuil in de weg over het hoofd ziet. Het is de sloppenwijken van de steden zien en ruiken, en praten met leeftijdsgenoten die hun hele familie aan aids hebben verloren en zelf ook het hiv-virus dragen. Het is knuffels en ballen uitdelen aan kinderen die nog nooit eerder speelgoed hebben gehad.
En het is: ontdekken wat het in de praktijk betekent om niets, helemaal niets te hebben. ‘We hadden veel hulp van de nieuwe bewoners van het huisje’, schreef de groep na de eerste bouwdag op het weblog. ‘Echte schatten van mensen zijn het, maar heeeel erg arm. Terwijl wij gingen lunchen, bleken zij geen eten te hebben en wilden ze gewoon doorwerken. We vroegen ernaar en ze zeiden dat ze waarschijnlijk vanavond ook niet zouden kunnen eten. We hebben ze toen een deel van ons brood gegeven.’
Zo langzamerhand zijn de schoolvakanties weer voorbij en is voor de meeste mensen het dagelijks leven weer begonnen. Enthousiast en misschien met enige weemoed (omdat het weer veel te snel voorbij is gegaan) laten we onze vakantiefoto’s zien aan familie en vrienden. Dat zullen de jongeren uit Beuningen zeker ook doen. Bijzondere foto’s van twee weken hard werken in Kenia, beelden van vriendschap, van plezier, van dankbaarheid, van vermoeidheid, van tranen. Of, zoals een van de deelnemers het verwoord: ‘Ik kijk met een heel mooi beeld terug, maar heb niet het gevoel dat ik hier klaar ben. Het zijn de kleine dingen die je warm maken van binnen en je het gevoel geven dat je hier nooit meer weg wilt.’
(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 2 september 2011)
maandag 6 juni 2011
Telefoontjes voor de dokter
Bij Dorcas hoor je andere verhalen. Onlangs was mijn collega Edwin Onyancha uit Kenia een paar dagen in Nederland. Hij vertelde mij over de noden op medisch gebied in zijn land. ‘Het ontbreekt ons aan artsen en aan medicijnen en klinieken, maar ook aan kennis over hygiëne en geld voor muskietennetten’, somde hij op. ‘Kinderen overlijden onnodig aan malaria of aan eenvoudig te behandelen kinderziekten. Zwangere vrouwen die problemen krijgen bij de bevalling moeten vaak nog dertig kilometer afleggen voor ze bij een medische post zijn. Lopend! Patiënten sterven in de wachtkamer van de dokter, omdat ze een hele dag moeten wachten voor ze eindelijk aan de beurt zijn. In heel Kenia is maar één overheidsziekenhuis dat kanker kan behandelen. Daarnaast zijn er wel privéklinieken die radiotherapie aanbieden, maar die zijn voor het grootste deel van de bevolking niet te betalen.’
Even ter vergelijking: in Nederland is er voor elke 270 inwoners een arts. Edwin vertelt: ‘In sommige regio’s hebben we één dokter per 200.000 patiënten.’ Meer ziekenhuizen en meer artsen zouden dus geen overbodige luxe zijn. ‘Maar wat nog belangrijker is, is het geven van voorlichting over hygiëne en ziektepreventie,’ aldus Edwin. ‘Want wie niet ziek wordt, heeft ook geen dokter nodig.’
Voorlichting vormt dan ook altijd een onderdeel van de medische projecten die Dorcas ondersteunt in Kenia en andere landen in Afrika. Daarnaast richten deze projecten zich op medische zorg voor zieken, inentingen voor kinderen, het afnemen van hiv-tests, training van medisch personeel en opvang van (aids)wezen. En er gebeuren mooie dingen in deze projecten, verzekert Edwin me. ‘Je ziet mensen die door ziekte hele dagen op bed lagen te wachten tot ze zouden sterven. Met medicijnen, goede voeding en ook geestelijke begeleiding kunnen ze opstaan, misschien zelfs weer aan het werk en voor hun gezin zorgen. Niet elke ziekte is te genezen, zoals aids – een groot probleem in ons land –, maar met de hulp uit onze projecten kunnen patiënten en hun families hun leven toch weer oppakken. De hopeloosheid valt van hen af en er is weer toekomst.’
‘Medische zorg moet bereikbaar en betaalbaar worden’, vat Edwin de medische projecten van Dorcas samen. De volgende keer dat ik een telefoontje krijg voor de dokter, zal ik weer denken aan het verhaal van Edwin. Zó zou het ook in Kenia moeten zijn: je eigen huisarts kunnen bellen om aan hem of haar je medische problemen voor te leggen. Bereikbaar en betaalbaar voor iedereen.
(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 3 juni 2011)
Abonneren op:
Posts (Atom)

