vrijdag 22 februari 2013

Afscheid van Dorcas


Mijn favoriete Dorcas-foto.

Na 12,5 jaar bij Dorcas te hebben gewerkt, neem ik in maart 2013 (als medewerker) afscheid van deze mooie organisatie. Daarmee eindigt ook mijn blog 'Bij Dorcas'. Voor meer informatie over Dorcas: www.dorcas.nl.

maandag 14 januari 2013

Handen uit de mouwen

De jaaroverzichten in december stonden bol van de ‘crisisberichten’: de Europese pogingen om Griekenland overeind te houden, de problemen rond hypotheken en de ingestorte huizenmarkt, stijgende werkloosheid, noodzakelijke bezuinigingen op alles waar op bezuinigd kán worden. Bij de vorming van het nieuwe kabinet werd duidelijk dat onder meer op ontwikkelingssamenwerking opnieuw een miljard euro wordt gekort. Schrijnend nieuws als je tot de allerarmsten in de wereld behoort. Al met al kreeg je de indruk dat 2012 een jaar was dat maar beter snel vergeten kan worden.

Met het oog op al die sombere ontwikkelingen, vond ik het extra hartverwarmend dat het Glazen Huis in Enschede in de aanloop naar de kerstdagen een nieuw record aan giften mocht ontvangen, deze keer voor de bestrijding van babysterfte. Nederlanders zijn een volk van klagers en mopperaars, hoor je vaak. Maar we blijken met elkaar toch ook gulle gevers te zijn, zelfs in tijden dat het financieel wat minder gaat. Dat mogen we al jarenlang ook steeds bij Dorcas ervaren. Ondanks de onzekere tijden, konden we in 2012 weer vele duizenden mensen in Oost-Europa en Afrika helpen, dankzij de steun van onze trouwe donateurs en vrijwilligers.

Creativiteit
De grote creativiteit van die vrijwilligers verrast me vaak. Steeds weer worden er nieuwe manieren bedacht om geld in te zamelen voor de allerarmsten. Zo hoorde ik onlangs dat onze werkgroep op Schouwen-Duiveland in Zeeland vogelvoertaarten maakt en met succes verkoopt op alle markten die in de loop van de winter in de regio worden gehouden. De taarten zien er prachtig uit. Ze zijn er in verschillende formaten en vormen, zelfs in de vorm van cupcakes. Ze worden gemaakt van vet en vogelzaadjes, en versierd met appeltjes en pinda’s. De vrijwilligers steken er vele uren in, maar het levert dan ook heel wat geld op voor het goede doel. Je moet maar op het idee komen.

Het doet me denken aan de verschillende projecten die Dorcas ondersteunt waarin de creativiteit en (hand)vaardigheden van mensen worden ontwikkeld, zodat ze daarmee een eigen inkomen kunnen verdienen. Hiervoor krijgen ze een training en soms een microkrediet, waarna ze een eigen bedrijfje beginnen of met een diploma of certificaat op zak gaan solliciteren. Dit zijn misschien wel de mooiste projecten van Dorcas: ze maken mensen zelfstandig, zodat ze vervolgens geen hulp meer van anderen nodig hebben. In een industrieel gebied van de Soedanese hoofdstad Khartoem volgen op die manier jongeren een opleiding in verschillende technische vakken. Daarmee kunnen ze naderhand meteen in de directe omgeving een baan gaan zoeken. De studenten krijgen vakken zoals lassen, elektrotechniek, houtbewerking, autotechniek en bouwkunde. De opleiding bestaat uit twee leerjaren op school en een stagejaar bij een bedrijf. Een mooi en effectief project dat bijdraagt aan een beter leven voor honderden jongeren en hun families.

Optimistisch
En zo begin ik hoopvol en optimistisch aan het nieuwe jaar. Een jaar waarin de financiele problemen in Nederland en in de rest van de wereld nog niet voorbij zijn. Maar ook een jaar waarin weer vele Nederlanders zich in zullen zetten voor medemensen die het nog zo vreselijk veel minder hebben. Een jaar waarin wij en vele andere organisaties mooie projecten mogen uitvoeren om de allerarmsten bij te staan in hun ontwikkeling naar een beter leven. Ik kijk ernaar uit.

(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 11 januari 2013)

vrijdag 9 november 2012

Dorcas Voedselactie (2): Hoogkarspel

In Hoogkarspel wordt de Dorcas Voedselactie gehouden bij de Deen. Als je richting de supermarkt loopt, kan het je niet ontgaan dat er iets aan de hand is. In het gangpad van het overdekte winkelcentrum worden de winkelende mensen vriendelijk gevraagd of ze misschien een product willen kopen voor de allerarmsten in Oost-Europa. De mensen die dat willen, kunnen nog vóór de winkel het betreffende product in hun karretje stoppen, daarmee de Deen in gaan, het met de rest van hun boodschappen afrekenen, en de producten voor Dorcas inleveren bij de vrijwilligers.

Ria de Boer is een van de organisatoren hier. Zij heeft goede ervaringen met de medewerking van de supermarkt. 'Vorig jaar raakten in de loop van de dag een aantal producten in de winkel op. Dat was jammer, want dan kunnen mensen die producten niet meer voor ons kopen. Dit jaar mocht ik daarom zelf een bestelling doorgeven aan Deen. Daarbij ben ik uitgegaan van zo'n zeventig complete pakketten die we vandaag en morgen hopen in te zamelen.'



Haar man is een van de mensen die het winkelend publiek aanspreken. Hij heeft een grote gele pompoen van huis meegenomen. Deze is op een strategische plek neergezet, om de aandacht van mensen te trekken. 'De pompoen is een aanknopingspunt om met de mensen in gesprek te komen', zegt meneer De Boer. 'Op die manier maak je gemakkelijk een praatje en kun je ook de actie onder de aandacht brengen.' Het is duidelijk dat hij het niet moeilijk vindt om mensen aan te spreken. Van de andere vrijwilligers hoor ik ook: 'We kennen hier veel mensen, dus die kun je gemakkelijk even aanspreken als ze langs komen.' Veel mensen reageren positief, maar er zijn ook mensen die niet mee willen doen - wat natuurlijk prima is - of die echt een beetje boos reageren. Een van de vrijwilligsters heeft net een paar negatieve reacties achter elkaar gehad, en voelt zich een momentje wat ontmoedigd. 'Iemand zei zelfs dat de mensen in Oost-Europa helemaal niet arm zijn. Een ander maakte een geïrriteerd gebaar met haar hand.' Hoewel iedereen natuurlijk volkomen vrij is om wel of niet een bijdrage te leveren, kan ik me heel goed voorstellen dat zulke ervaringen wel even een drempel opwerpen. Groot respect dat ik die mevrouw even later toch weer vriendelijk op een klant af zie stappen om de actie uit te leggen!

Alex Jonker doet dit jaar voor het eerst mee. Hij heeft de taak om de afgerekende producten in ontvangst te nemen. 'Je moet er wel even slag van krijgen', zegt hij, maar hij kan de kunst afkijken bij meneer De Boer die tegenover hem staan, en bij de andere medewerkers om hem heen. Het ontvangen van de producten is natuurlijk een dankbare taak, want hij mag de mensen bedanken die hun bijdrage hebben geleverd.

Meer informatie over de Dorcas Voedselactie: www.dorcasvoedselactie.nl.

Dorcas Voedselactie (1): Opperdoes

Deze week wordt in heel Nederland de Dorcas Voedselactie gehouden. Duizenden vrijwilligers verzamelen bij supermarkten en in kerken en scholen voedsel in voor de allerarmsten in Oost-Europa. Ik neem vandaag een kijkje bij twee supermarkten.


Actie in Opperdoes
Bij de Spar in Opperdoes lijkt het even of er helemaal geen actie is. Meestal staan de vrijwilligers tijdens de actie bij de in- en uitgang van de winkel, maar aan de buitenkant van de Spar is niets te zien. Wel zie ik een Dorcas-doos bij de kassa staan; ik zit dus toch goed! Als ik aan een van de Spar-medewerkers naar de actie vraag, verwijst hij me onmiddellijk door naar 'het opperhoofd van de actie', Willem Zwier, die net aan komt lopen. De vrijwilligers hebben hier een mooie plek midden in het pand toegewezen gekregen. Meneer Zwier neemt me mee de winkel in, waar een hoekje is gemaakt met de producten die op het voedsellijstje staan, maar ook met ingepakte voedseldozen. Hoe zit dat? 'Klanten kunnen hier de losse producten van het voedsellijstje kopen', legt meneer Zwier uit, 'maar ze kunnen ook een heel pakket of een half pakket kopen.' Op de dozen, die de vrijwilligers de afgelopen week al hebben ingepakt, is een lijst geplakt met alle producten die in de doos zitten en daarachter de prijzen. Een halve doos kost ruim 10 euro, een hele doos iets meer dan 21 euro. De losse producten of de halve of hele pakketten worden door de klant bij de kassa afgerekend, waarna de vrijwilligers van Dorcas de opbrengst ophalen en naar het magazijn brengen. Daar hebben ze een mooie ruimte ter beschikking gekregen, om alle producten te sorteren. Ook staat er een voorraad voorverpakte pakketten om vandaag en morgen in de winkel te verkopen.

'De kerken van Opperdoes organiseren de actie hier al jaren', aldus Zwier. 'De samenwerking is goed en er is een vast team medewerkers waar we jaarlijks een beroep op kunnen doen. De vrijwilligers zijn in blokken van twee uur ingedeeld. Zo is het goed te doen. En omdat je hier het dorp de meeste mensen wel kent, is het gemakkelijk om dingen met elkaar af te spreken. Daarnaast zijn we ook heel blij met de leuke medewerking van de Spar.' In Opperdoes wordt de Dorcas Voedselactie vandaag de hele dag gehouden, en morgen nog tot 14.00 uur. 'We hopen ongeveer honderd complete pakketten in te zamelen. Die brengen we morgenmiddag meteen naar Andijk.'


Meer informatie over de Dorcas Voedselactie: www.dorcasvoedselactie.nl.

donderdag 27 september 2012

Oog voor mensen in nood

Onlangs mocht ik voor het blad Baptisten.nu een interview houden met de nieuwe Dorcas-directeur Joeke van der Mei. Hij werkte tien jaar bij de Evangelische Alliantie en maakte deze zomer de overstap naar Dorcas. Bijzonder om in zo'n gesprek de gelegenheid te hebben om de drijfveren te horen van een nieuwe collega.

Joeke vertelde onder meer hoe zijn zesjarige zoon Manuel het laatste duwtje in de rug gaf in de beslissing om - na een hele goede periode bij de EA - van baan te veranderen. ‘Ik vertelde mijn kinderen dat ik erover dacht bij Dorcas te gaan werken, een organisatie die arme mensen helpt. Manuel zei: Dan wil ik al mijn geld aan Dorcas geven! Dat was aan het ontbijt. Toen hij ’s middags uit school kwam, liep hij regelrecht naar de la waar hij een portemonnee heeft met wat geld. Hij wilde dat echt aan de arme mensen geven. Dat ervoer ik echt als een knipoog.’

Dat het werk van Dorcas zo concreet is, vindt hij mooi. ‘De organisatie probeert arme mensen in Afrika en Oost-Europa aan een beter leven te helpen. Dat spreekt tot de verbeelding.’ Heeft Joeke iets met ontwikkelingssamenwerking? ‘Ik heb in de eerste plaats iets met het willen volgen van Jezus. Dat kan op heel veel manieren. Wat Dorcas doet, zit wel in het hart van het evangelie. En daar word ik warm van. De Here Jezus had echt oog voor mensen in nood en dat mogen wij ook hebben.’

10.000 vrijwilligers
Wat Dorcas over de grenzen doet, vindt Joeke fantastisch. ‘Er is zoveel onrecht; daar willen we als Dorcas iets in betekenen. Jezus heeft ons de opdracht gegeven om nu al iets te laten zien van zijn Koninkrijk. Het is de uitdaging om zijn boodschap serieus te nemen. Bij Dorcas wordt dat heel concreet gedaan. Daar word ik enthousiast van. Maar het zit ook in de manier waarop we hier als collega’s met elkaar omgaan en in de tienduizend vrijwilligers die in Nederland voor Dorcas actief zijn. Door geven en doen kun je gestalte geven aan een missionaire levensstijl, iets wat ook bij de EA een centraal onderwerp is en waar ik persoonlijk erg mee bezig ben. Overigens zie ik Dorcas als bediening en verlengstuk van de gemeente en niet als iets dat op zichzelf staat. We willen met ons werk dienstbaar zijn aan de Heer van de gemeente.’

Lees hier het hele artikel in Baptisten.nu (pagina 8 en 9).

zaterdag 25 augustus 2012

Wij gaan weer naar school!

‘Ik mag naar school!’ Mijn nichtje Raphaëlle kijkt naar me op als ze dit grote nieuws aan mij vertelt. Trots. Ik betoon de gepaste eerbied voor het bereiken van deze mijlpaal. Mag ze écht al naar de grote school? Ja, ze is in de zomervakantie vier geworden en vanzelfsprekend is er nu een plekje in groep één voor haar. Vanzelfsprekend, want in Nederland kan in principe elk kind naar school. Elke ouder is verplicht zijn of haar kind onderwijs te laten volgen. Leren, jezelf ontwikkelen is een recht van elk kind.

In de strijd tegen armoede is onderwijs wel een van de meest zinvolle wapens. Wereldwijd kunnen ongeveer 800 miljoen volwassenen niet lezen en schrijven. Bijna al deze mensen wonen in ontwikkelingslanden. Gebrek aan kennis en vaardigheden gaat vaak hand in hand met armoede. Het is een spiraal waar maar moeilijk aan te ontsnappen is. Immers, als vader en moeder geen onderwijs hebben gevolgd en mede daardoor geen werk en inkomen hebben, kunnen zij hun kinderen ook niet naar school laten gaan. Voor deze kinderen ligt er dan een zelfde leven in het verschiet als voor hun ouders.

Spijbelen
Bij Dorcas helpen we daarom op verschillende manieren kinderen om naar school te gaan. Soms is daar alleen een paar schoenen voor nodig! Via een van onze adoptieprojecten in Oost-Europa werd een gezin met twee jongens geholpen. Na verloop van tijd hoorde onze medewerker ter plaatse dat de broertjes niet alle dagen naar school kwamen. De ene dag kwam de ene en de andere dag de andere. Vonden ze school soms niet leuk of niet belangrijk en spijbelden ze daarom zo vaak? Nee, de jongens bleken samen maar één paar schoenen te hebben. Dus konden ze alleen om de beurt naar school.

Het komt ook vaak voor dat kinderen niet naar school kunnen omdat hun ouders geen geld hebben om de benodigde schoolspullen te kopen. Elk jaar doen tientallen scholen en zondagsscholen in Nederland mee aan de Dorcas Rugzakactie. Daarbij zamelen kinderen pennen, potloden, schriften en andere schoolmaterialen in voor leeftijdsgenoten in Afrika en Oost-Europa. Zo kunnen die kinderen óók naar school en kunnen ze bouwen aan een betere toekomst voor zichzelf, hun familie en hun land.

En het is prachtig om de blijdschap en verrassing te zien van kinderen die hun rugzakje ontvangen en uitpakken. Zoals de zevenjarige Anya in Roemenië. Ze zit op een stoepje voor een smoezelig huisje. Twee parmantige staartjes in haar donkere haar. Stralende donkere ogen. Uit het helderblauwe tasje komen kleurige potloden, pennen en schriften, een liniaal, een puntenslijper, een gum … Zulke mooie dingen heeft Anya nog nooit gehad. En wat nog belangrijker is: ze mag naar school!

Spandoek
Zodra je ons dorp binnenrijdt, kan het je niet ontgaan. Er hangt een spandoek met de bekende slogan ‘Wij gaan weer naar school’. Natuurlijk, in eerste instantie wil de overheid automobilisten erop attent maken dat er weer scholieren aan het verkeer deelnemen.

Maar elke keer als ik de slogan lees, hoor ik mijn vierjarige nichtje, hoor ik een triomfantelijk koor van kinderstemmen. Wij, de kinderen van Nederland, mogen weer naar school. We hebben heerlijk genoten van zes of zeven weken vakantie en misschien hebben we niet heel veel zin om weer in de schoolbanken te schuiven, huiswerk te doen, proefwerken te maken. Maar we hebben de kans elke dag nieuwe dingen te leren en zo te werken aan onze toekomst.

(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 24 augustus 2012)

vrijdag 23 maart 2012

Jonge ondernemers

Cupcakes. Cindy heeft het gevoel dat ze nooit anders heeft gedaan dan cupcakes bakken en decoreren. Ze heeft er dan ook tientallen gemaakt de afgelopen twee weken. En omdat ze er steeds handiger in wordt en de marsepeinen ‘bekleding’ er elke keer strakker uitziet, krijgt ze er meer en meer plezier in. De opbrengst van de verkoop draagt trouwens ook aan dat gevoel bij. Cupcakes zijn in, dat is duidelijk.

Cindy is veertien jaar en volgt het tweede jaar van een vmbo-opleiding in Enkhuizen. Aan het begin van de maand heeft ze tijdens de economieles samen met drie klasgenoten een briefje van twintig euro gekregen. Nou ja, niet echt gekrégen. Het is een lening, een microkrediet. Alle vier hebben ze hun handtekening gezet onder een contract van de hulporganisatie Dorcas die het geld ter beschikking heeft gesteld. Het is de bedoeling dat ze het bedrag straks niet alleen terugbetalen, maar via ondernemerschap ook vermeerderd hebben. De winst is bestemd voor leeftijdsgenoten in de projecten van Dorcas. En zo zijn Cindy en haar klasgenoten aan het ‘ondernemen’ geslagen. Niet alleen mooi voor ‘het goede doel’, maar ook een leuke uitdaging.

Kleurige jurken
In Olokii, een dorp in Tanzania, is het twee uur later dan in Enkhuizen. Terwijl Cindy het aanrecht nog een beetje opruimt, ligt in Olokii de zestienjarige Nala al op haar matje te slapen. Ze droomt. Niet van kleurige cupcakes, maar van kleurige lappen stof. Van prachtige jurken die zij daarvan heeft gemaakt. Van klanten die hun bestelling op komen halen en er tevreden het afgesproken bedrag voor betalen.

Nala heeft vijf jongere broers en zussen. Hun moeder zorgt voor hen zo goed ze kan. Breed heeft het gezin het bepaald niet. Nala’s moeder heeft geen vaste baan, maar gaat elke dag op zoek naar betaalde klusjes op de markt of op een van de boerderijen verderop. Wanneer ze werk vindt, is er ’s avonds te eten.

Nu bijna een jaar geleden kreeg Nala de kans om een opleiding te gaan volgen in het vaktrainingscentrum van Dorcas. In dit centrum worden jongeren opgeleid tot onder meer timmerman, metselaar, kleermaker en kleuterleidster. In Olokii en omgeving heerst grote werkloosheid en zonder opleiding zijn de mogelijkheden om een baan te vinden helemaal nihil. Zo begon Nala vorig jaar gemotiveerd aan de vaktraining tot kleermaker. Inmiddels kan ze prima overweg met de naaimachine en heeft ze ook geleerd wat er komt kijken bij het runnen van een eigen bedrijfje. Als ze binnenkort haar opleiding heeft afgerond, krijgt ze een microkrediet van omgerekend honderd euro vanuit het project mee. Daarmee kan ze de benodigde investeringen doen om haar eigen zaakje op te zetten. Drie jaar later moet ze de lening hebben afbetaald, zodat het bedrag weer aan een andere jonge ondernemer kan worden uitgeleend. Een jonge ondernemer zoals zijzelf … Blij is Nala. Blij en trots en hoopvol.

Creativiteit
Aan het eind van de actieperiode vertellen Cindy en haar collega-bakkers in de klas wat ze hebben gedaan om hun twintig euro te vermeerderen en welke winst ze aan Dorcas kunnen afdragen. Ook alle andere groepjes laten hun resultaten zien. Nu blijkt hoeveel creativiteit de actie heeft losgemaakt. Verschillende groepjes hebben dingen gebakken en verkocht: appeltaarten, cakes en pannenkoeken. Ook zijn er veel andere goederen verkocht, zoals tulpenbollen, fruit en tweedehands spullen. Anderen hebben optredens verzorgd voor kinderen in de buitenschoolse opvang of bingo georganiseerd voor ouderen in een verzorgingshuis. Twee Dorcas-medewerkers mogen, náást de terugbetaalde leningen, 2800 euro in ontvangst nemen voor het project in Olokii. Een prachtig resultaat!

(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 23 maart 2012)

zaterdag 21 januari 2012

Iets leuks bij de post

Met een gevoel van spijt heb ik de kerstkaarten weer van de kastdeur gehaald. Natuurlijk gaat Kerst over de geboorte van Jezus Christus. Maar de kerstpost vind ik een heerlijk bijverschijnsel van de feestdagen in december.

Aan het eind van elke werkdag haast ik mij verwachtingsvol naar huis. Zou er tussen de rekeningen en bankafschriften misschien een kaartje zitten? Of misschien wel twee of drie of … zelfs vier? Met het naderbij komen van de feestdagen neemt het aantal kaartjes elke dag toe. Het maakt me steeds opnieuw blij: elk kaartje is immers een teken van contact met andere mensen.

Wie ook heel erg blij zijn met post, zijn de ‘grannies’ van Dorcas. Dit zijn ouderen in Afrika en Oost-Europa die door Nederlandse sponsors via het Adopt a Granny-project worden ondersteund. Deze ouderen behoren tot de allerarmsten van hun samenleving. Ze hebben vaak hun leven lang hard gewerkt, maar moeten nu in schrijnende armoede zien te overleven. Van het bedrag dat de sponsors maandelijks betalen, worden zij geholpen met voedsel en kleding, medicijnen, hout voor de kachel en andere dingen die zij dringend nodig hebben.

Maar hoe ernstig hun materiële gebrek ook is, keer op keer horen we dat de ‘grannies’ de eenzaamheid misschien nog wel erger vinden dan het tekort aan brood. Ooit stonden ze midden in de samenleving, hadden ze een werkkring, was er familie bij wie zij hoorden. Nu voelen zij zich afgedankt en geïsoleerd. Daarom betekent het onvoorstelbaar veel voor hen dat er mensen in het verre Nederland zijn die naar hen omkijken. Plotseling staan ze er niet meer alleen voor. Een brief of kaartje van de sponsor maakt dit bijzonder concreet en wordt dan ook enorm gewaardeerd. Een tijdje geleden overleed een van de ouderen uit het Roemeense project. Van tevoren had hij laten opschrijven welke persoonlijke spulletjes hij mee wilde laten begraven als zijn tijd gekomen was. Daaronder waren de brieven die hij in de loop van de jaren had ontvangen van zijn Nederlandse sponsor!

Zo’n verhaal stimuleert mij weer extra om ook regelmatig wat te laten horen aan ‘mijn’ granny, de inmiddels 82-jarige Olga in Moldavië. Ze moet rondkomen van een pensioen van slechts twintig euro per maand. Dat is onmogelijk, ook in het armste land van Europa. Haar inkomen is niet eens voldoende om eten van te kopen, laat staan medicijnen, stookhout of andere elementaire zaken. Soms is het wel eens lastig om te bedenken wat ik aan haar zal schrijven. Ons leven is zo anders dan dat van haar en het laatste wat je wilt, is haar ‘de ogen uitsteken’ met alles wat wij hier hebben. Zo blijft het vaak bij het vragen naar haar gezondheid en het uiten van goede wensen. Maar ik hoop dat alleen al het teken van onze verbondenheid een beetje blijdschap brengt in haar leven. Zoals ik nu al uitkijk naar háár jaarlijkse kerstkaart die meestal begin februari in onze brievenbus valt. Iets leuks bij de post, een teken van verbondenheid.

(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 20 januari 2012)

vrijdag 4 november 2011

Bedelkindjes

Spaaracties. Er gaat geen maand voorbij of er is bij een van de supermarkten wel iets te sparen: zegeltjes voor korting bij een pretpark, dierenstickers om in een verzamelboek te plakken, pluchen aapjes, figuurtjes uit bekende tekenfilms en nog veel meer. Een deel van de klanten schijnt dit maar onzin te vinden of zelfs irritant, maar zelf vind ik het meestal wel leuk. En ik ben zeker niet de enige, want het blijkt financieel goed uit te kunnen.

Een bijverschijnsel van de spaaracties is het fenomeen bedelkindjes. Zo noem ik de kinderen die me bij de uitgang van de supermarkt staan op te wachten in de hoop mijn knikker, bouwblok of kwartetkaart te krijgen. Nu ben ik opgegroeid met regels als ‘kinderen die vragen worden overgeslagen’ en ‘na schooltijd thuiskomen en niet rondhangen in het winkelcentrum’. Dus ik kijk er wat vreemd tegenaan als ik door soms echt jonge kinderen wordt aangesproken. ‘Mevrouw, hebt u ook boeboe’s?’ ‘Mevrouw, zou ik uw frummels mogen?’ ‘Mevrouw, mag ik uw domino’s hebben?’

Ja, dat zijn de westerse bedelkindjes. Ze herinneren me aan drie jonge Roma-kinderen die ik in de Roemeense stad Oradea ontmoette. Een jongen en twee meisjes. Ze waren smoezelig en twee van hen liepen op blote voeten, zomaar op het asfalt. Ze zeiden niets, maar hielden alleen hun hand op. Nee, niet om de nieuwste knuppies of dragoenen in ontvangst te nemen. Hun opgehouden handjes en hun ogen vroegen om eten. Daar sta je dan, plotseling oog in oog met kinderen die op school hadden moeten zitten, maar die hun dagen vullen met het bij elkaar bedelen van hun eerste levensbehoeften. Natuurlijk konden we niet anders, dan hen wat broodjes en een appel uit ons lunchpakket te geven…

Deze week staan – misschien wel naast de ‘westerse bedelkindjes’ – ook duizenden vrijwilligers van Dorcas bij de in- en uitgang van de supermarkten. Vooral volwassenen, maar ook jongeren en kinderen. Als het goed is, zullen zij niet om de kakels of de fluflu’s vragen die u gratis bij de kassa hebt gekregen. Nee, zij zullen vragen om een pak macaroni, een blik bonen of een doosje thee. Niet voor zichzelf, maar namens die Roemeense straatkindjes en zoveel andere Oost-Europese armen, die geen inkomen hebben of een pensioentje waar ze onmogelijk van rond kunnen komen.

Persoonlijk vind ik de jaarlijkse Dorcas Voedselactie een prachtige actie. Het is zo concreet. Je verzamelt in je winkelwagentje je weekendboodschappen. Melk, pindakaas, verse groenten, een fles wasverzachter, een extra lekkere koek voor de zondag, oh ja, de koffie was ook bijna op… En naast je eigen boodschappenlijstje heb je deze keer ook het Dorcas-lijstje in de hand: een fles zonnebloemolie, een pakje droge soep, een tube tandpasta. Dingen die zo weinig kosten, maar waar je een ander zo blij mee kunt maken. Niet voor niets is deze voedselinzameling in de week van Dankdag voor gewas en arbeid. Geven uit dankbaarheid voor het vele dat we zelf hebben ontvangen. ‘Alstublieft mevrouw, dit is voor de bedelkindjes in Oost-Europa.’

(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 4 november 2011)

vrijdag 2 september 2011

Geen lunch, dus ook geen lunchpauze

Wie kiest er nu voor zó’n vakantie: niet op het strand liggen, maar hard aan het werk, zónder er geld mee te verdienen! Elke zomer gaan enkele tientallen jongeren met Dorcas op reis om in landen in Afrika en Oost-Europa praktisch aan de slag te gaan voor de allerarmsten daar. En dat verdient echt wel het nodige respect. Van tevoren zijn ze al een heel jaar druk in de weer om geld in te zamelen voor hun reis en voor het project waarin ze gaan helpen. En de reis zelf is natuurlijk wel een groot avontuur, maar betekent ook: elke dag om half zeven opstaan en de hele dag de handen uit de mouwen.

Dit jaar ging onder meer een groep jongeren uit Beuningen naar Kenia om in de regio Wikivuvwa huizen te bouwen. Kenia is op dit moment regelmatig in het nieuws vanwege de droogte in de Hoorn van Afrika en vanwege de Somalische vluchtelingen die er in opvangkampen proberen te overleven. Dorcas werkt echter al twintig jaar in dit land en heeft er een kantoor met lokale medewerkers en verschillende partnerorganisaties die de projecten uitvoeren. In het huizenbouwproject in Wikivuvwa worden voor én met de allerarmste mensen huisjes gebouwd. Hiervoor worden milieuvriendelijke stenen en het lokaal aanwezige zand gebruikt. De nieuwe eigenaren betalen niet alleen binnen tien jaar de helft van het huis terug, ze helpen ook zo veel mogelijk zelf mee met het bouwen. Zo zijn zij optimaal betrokken bij de hulp. En de Nederlandse jongeren sloten zich dus twee weken lang elke dag bij hen aan.

Met Dorcas reizen betekent overigens niet alleen werken, het is ook: oog in oog staan met de armoede. Het is beton mengen met de hand en zelf een ladder en een steiger in elkaar knutselen. Het is je hoofd stoten aan het dak van de auto als de chauffeur een kuil in de weg over het hoofd ziet. Het is de sloppenwijken van de steden zien en ruiken, en praten met leeftijdsgenoten die hun hele familie aan aids hebben verloren en zelf ook het hiv-virus dragen. Het is knuffels en ballen uitdelen aan kinderen die nog nooit eerder speelgoed hebben gehad.

En het is: ontdekken wat het in de praktijk betekent om niets, helemaal niets te hebben. ‘We hadden veel hulp van de nieuwe bewoners van het huisje’, schreef de groep na de eerste bouwdag op het weblog. ‘Echte schatten van mensen zijn het, maar heeeel erg arm. Terwijl wij gingen lunchen, bleken zij geen eten te hebben en wilden ze gewoon doorwerken. We vroegen ernaar en ze zeiden dat ze waarschijnlijk vanavond ook niet zouden kunnen eten. We hebben ze toen een deel van ons brood gegeven.’

Zo langzamerhand zijn de schoolvakanties weer voorbij en is voor de meeste mensen het dagelijks leven weer begonnen. Enthousiast en misschien met enige weemoed (omdat het weer veel te snel voorbij is gegaan) laten we onze vakantiefoto’s zien aan familie en vrienden. Dat zullen de jongeren uit Beuningen zeker ook doen. Bijzondere foto’s van twee weken hard werken in Kenia, beelden van vriendschap, van plezier, van dankbaarheid, van vermoeidheid, van tranen. Of, zoals een van de deelnemers het verwoord: ‘Ik kijk met een heel mooi beeld terug, maar heb niet het gevoel dat ik hier klaar ben. Het zijn de kleine dingen die je warm maken van binnen en je het gevoel geven dat je hier nooit meer weg wilt.’

(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 2 september 2011)

maandag 6 juni 2011

Telefoontjes voor de dokter

Mijn telefoonnummer scheelt één cijfer met dat van onze huisarts. Het gebeurt daardoor heel regelmatig dat ik een telefoontje krijg van iemand uit het dorp die een afspraak wil maken met de dokter. Vaak beginnen die mensen meteen te vertellen welke pijn of zorg ze hebben, nog voor ik heb kunnen opmerken dat ik niet de assistente van de dokter ben en dat ze 3 in plaats van 2 hebben ingetoetst. Al die telefoontjes bepalen me er weer eens extra bij hoe gezegend wij eigenlijk zijn in een land waar je met elke klacht bij de dokter kunt aankloppen. Er ís een dokter en wij kunnen die bereiken en (laten) betalen.

Bij Dorcas hoor je andere verhalen. Onlangs was mijn collega Edwin Onyancha uit Kenia een paar dagen in Nederland. Hij vertelde mij over de noden op medisch gebied in zijn land. ‘Het ontbreekt ons aan artsen en aan medicijnen en klinieken, maar ook aan kennis over hygiëne en geld voor muskietennetten’, somde hij op. ‘Kinderen overlijden onnodig aan malaria of aan eenvoudig te behandelen kinderziekten. Zwangere vrouwen die problemen krijgen bij de bevalling moeten vaak nog dertig kilometer afleggen voor ze bij een medische post zijn. Lopend! Patiënten sterven in de wachtkamer van de dokter, omdat ze een hele dag moeten wachten voor ze eindelijk aan de beurt zijn. In heel Kenia is maar één overheidsziekenhuis dat kanker kan behandelen. Daarnaast zijn er wel privéklinieken die radiotherapie aanbieden, maar die zijn voor het grootste deel van de bevolking niet te betalen.’

Even ter vergelijking: in Nederland is er voor elke 270 inwoners een arts. Edwin vertelt: ‘In sommige regio’s hebben we één dokter per 200.000 patiënten.’ Meer ziekenhuizen en meer artsen zouden dus geen overbodige luxe zijn. ‘Maar wat nog belangrijker is, is het geven van voorlichting over hygiëne en ziektepreventie,’ aldus Edwin. ‘Want wie niet ziek wordt, heeft ook geen dokter nodig.’

Voorlichting vormt dan ook altijd een onderdeel van de medische projecten die Dorcas ondersteunt in Kenia en andere landen in Afrika. Daarnaast richten deze projecten zich op medische zorg voor zieken, inentingen voor kinderen, het afnemen van hiv-tests, training van medisch personeel en opvang van (aids)wezen. En er gebeuren mooie dingen in deze projecten, verzekert Edwin me. ‘Je ziet mensen die door ziekte hele dagen op bed lagen te wachten tot ze zouden sterven. Met medicijnen, goede voeding en ook geestelijke begeleiding kunnen ze opstaan, misschien zelfs weer aan het werk en voor hun gezin zorgen. Niet elke ziekte is te genezen, zoals aids – een groot probleem in ons land –, maar met de hulp uit onze projecten kunnen patiënten en hun families hun leven toch weer oppakken. De hopeloosheid valt van hen af en er is weer toekomst.’

‘Medische zorg moet bereikbaar en betaalbaar worden’, vat Edwin de medische projecten van Dorcas samen. De volgende keer dat ik een telefoontje krijg voor de dokter, zal ik weer denken aan het verhaal van Edwin. Zó zou het ook in Kenia moeten zijn: je eigen huisarts kunnen bellen om aan hem of haar je medische problemen voor te leggen. Bereikbaar en betaalbaar voor iedereen.

(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 3 juni 2011)

woensdag 25 mei 2011

Internet

Het is de regel dat niemand tijdens de vergaderingen van de Spring Meeting zijn telefoon of laptop gebruikt (behalve degene die notuleert of iets presenteert). In de pauzes en aan het eind van de dag maken velen van de gelegenheid gebruik om hun e-mail te lezen, projectfoto's uit te wisselen en eventueel wat ander werk te doen. Omdat in de vergaderzaal draadloos internet is, zitten daar tussen de vergaderingen door steeds mensen met hun laptop. De zaal krijgt dan de sfeer van een bibliotheek waar je alleen op gedempte toon mag spreken en elke nieuwe bezoeker ongeveer op z'n tenen binnenkomt om anderen niet te storen.

Internet gebruiken in Hongarije is onverwacht leerzaam. De verbinding is namelijk niet altijd even snel of stabiel en af en toe valt de connectie weg en moet je opnieuw inloggen. Vooral de Nederlanders beginnen dan al snel te fronsen of (zacht) te mopperen. Maar op een gegeven moment merkten de Afrikaanse collega's lachend op dat vergeleken met hun eigen internetverbinding op kantoor deze verbinding 'Rolls Royce'-kwaliteit heeft. In veel landen is het altijd maar afwachten of er internet is of zelfs elektriciteit! Ik probeer me voor te stellen wat dat betekent voor al je bureau/kantoorwerk...

dinsdag 24 mei 2011

Hongaarse staatssecretaris: bedankt!

‘Alleen door samenwerking van alle sociale partners kunnen we in Europa door de huidige crisis heen komen. We zetten daarom als regering onder meer in op de samenwerking met kerken en christelijke hulporganisaties.’ Dit zei László Szászfalvi, de staatssecretaris van het Hongaarse ministerie van algemene zaken en justitie, vanmiddag tijdens een bezoek aan onze internationale voorjaarsvergadering in Hongarije.

Szászfalvi, een voormalige dominee, is verantwoordelijk voor de portefeuilles kerk, etnische zaken en interne relaties. ‘We hebben niet alleen te maken met een economische, maar ook met een morele crisis. In onze nieuwe grondwet hebben we een mooie zin staan: We hebben een spirituele en morele herleving nodig om uit de huidige crisis te komen.’ Volgens Szászfalvi ligt daarin een belangrijke rol voor kerken en christelijke hulporganisaties, mede omdat ze structuur geven aan de samenleving en zich op sociaal gebied inzetten. In dat kader bedankte hij de aanwezigen voor alle projecten die Dorcas door de jaren heeft uitgevoerd, zowel in Hongarije zelf, als in het omliggende gebied waar ook veel Hongaren wonen, zoals in delen van Roemenië en de Transkarpaten, Oekraïne. ‘Jullie hebben het geloof als basis en willen daadwerkelijk iets betekenen voor de mensen die jullie helpen. Ik wens jullie daarbij van harte Gods zegen toe.’

Aan het eind van de bijeenkomst overhandigde Dorcas-directeur Michel Gendi het onlangs verschenen internationale jaarverslag van Dorcas over 2010. De staatssecretaris kon overigens niet vertrekken voor hij met alle aanwezige Dorcas-medewerkers op een groepsfoto was gegaan!





maandag 23 mei 2011

'Wat is Dorcas' in een tekening

Het Grote Vergaderen is begonnen. Van 8.30 tot 20.30 uur hadden we een programma, alleen afgewisseld met lunch en dinner en af en toe een break om wat te drinken. We begonnen de dag goed met het verzamelen van dankpunten voor zegeningen die we als organisatie hebben mogen ervaren de afgelopen periode. Dat varieerde van ontvangen subsidies tot bescherming tijdens alle reizen en transporten, en van de aanstaande onafhankelijkheid van Zuid-Soedan tot dankbaarheid voor elkaar.

Na de opening presenteerde collega Natascha het Strategisch Plan 2012-2016. Dit plan is zeer recentelijk vastgesteld door het internationale bestuur en werd ook vanmorgen na de weekopening in Andijk gepresenteerd aan de collega's daar. Dit onderwerp begon met een creatieve opdracht. In groepen van acht dachten we na over de vraag 'Wat is Dorcas' en dat moesten we overbrengen in een tekening. De opdracht leverde vier verschillende 'kunstwerken' op, met bijbehorende uitleg.





Partners
Een interessante discussie ging later in de vergadering over de capaciteitsopbouw van onze partnerorganisaties. Veel hulporganisaties werken alleen met partners van hoog niveau op het gebied van onder meer projectvoorstellen en verslaglegging. Dorcas kiest er bewust voor om niet alleen met deze zogenaamde B- en C-partners te werken, maar ook met A-partners. Het is de bedoeling dat in de loop van het uitvoeren van de projecten de partner groeit door opleiding en ervaring. Dit kost extra inspanning voor onze kantoren, maar dat betekent een investering in de partners en daarmee indirect in de lokale samenleving. Wel is het dan belangrijk dat zo'n partner wil groeien en bijvoorbeeld mee wil werken aan trainingen. Als dat niet zo is, is het niet zinvol dat Dorcas hierin investeert. Dat zijn ook weer dilemma's waar onze collega's in het veld mee te maken hebben!

zondag 22 mei 2011

Oog in oog met de armoede

Zondagmiddag- en avond stonden in het teken van teambuilding en ontmoeting tijdens een uitje. We brachten de tijd door in de bergen. Tijdens het wandelen, een ritje met een touristisch treintje en een bezoek aan de Sint Stefansgrotten werd er veel gepraat. Door hun verhalen realiseerde ik me weer eens hoe zij te midden van de armoede wonen en werken, er onophoudelijk mee geconfronteerd worden.

Zoals Johan, die in januari vanuit Nederland naar Zuid-Soedan is vertrokken om als landcoordinator de projecten te coordineren. Hij vertelde dat hij het allermoeilijkste vond dat hij dag in dag uit door onder meer straatkinderen wordt aangesproken: 'blanke, ik heb honger', 'blanke, heb je eten voor me', 'blanke, ik heb hulp nodig'. En dan te weten dat het geen zeurende kinderen zijn, maar dat ze echt honger hebben. Het begon al als hij wakker werd en hij de ogen van kinderen door een kier onder de luiken voor zijn raam zag kijken!

Een andere collega, die in het verleden twee jaar in Afghanistan werkte, vertelde hoeveel impact het heeft op hulpverleners om in zo'n onveilig gebied te werken...

Te beseffen hoeveel armoede er is, dat er niet alleen die mensen zijn die we als Dorcas kunnen helpen, maar nog zóveel meer mensen die we niet kunnen helpen... Hoe groot en complex de problemen zijn, en hoe klein onze bijdrage dan maar is... Het kan je wel eens ontmoedigen. Collega Petra zei vandaag: We zijn er niet voor verantwoordelijk om het wereldwijde probleem op te lossen, maar om zelf het goede te doen.

Zwak maar toch sterk

Vanmorgen begon onze dienst al om 7.30 uur. We begonnen met het zingen van een aantal liederen. Mooi dat er in verschillende landen dezelfde liederen worden gezongen: een prachtig teken van verbondenheid over grenzen heen. Een Hongaarse dominee sprak over 2 Corinthiers 4:7-11. Zijn boodschap was dat de wereld soms veel van ons vraagt, dat je omgeving soms hoge verwachtingen van je heeft. Dit kan een zware druk worden. Maar Paulus durft te zeggen dat hij zwak is, dat hij aan twijfel onderhevig is. Dit lijkt communicatieve zelfmoord: het lijkt geen aanbeveling om dit van jezelf of je organisatie te zeggen. Jezus was ook kwetsbaar in zijn lijden, maar in hem mogen we tegelijkertijd overwinnaars zijn. Een mooie boodschap om de vergaderweek mee te beginnen.


zaterdag 21 mei 2011

Een internationale organisatie

Dorcas is een internationale organisatie. Hoe vaak je die zin ook in een folder of onder een persbericht zet, je beseft het niet altijd als je op het kantoor in Nederland achter je bureau zit. Tijdens de Spring Meeting, de jaarlijkse voorjaarsvergadering op de Dorcas-camping in Hongarije, is dat anders.

Dat begon al vanmorgen om kwart voor zeven toen we twee Keniaanse collega's ophaalden uit Andijk om naar het vliegveld te gaan. Op het vliegveld van Boedapest ontmoetten we nog veel meer collega's uit andere Afrikaanse en Oost-Europese landen. Inmiddels zijn we met zo'n 35 mensen uit verschillende landen een week bij elkaar om te praten over ons gezamenlijk werk voor de allerarmsten.

Aan tafel zat ik bij twee Nederlandse, twee Russische, één Zuid-Afrikaanse en één Moldavische collega. We spraken Engels met elkaar, hoewel onze Russische collega Tanya ook prima Nederlands srpeekt en verstaat, en het Zuid-Afrikaans van Annet ook zonder problemen te volgen is!

De gesprekken waren overigens heel gebruikelijk voor een etentje met collega's: familie, tuinieren en natuurlijk ook werk kwamen onder andere ter sprake.

De enige die overigens (blijkbaar) geen Engels spreekt, is onze Hongaarse en binnen Dorcas vermaarde kok. Met hem spreken we Duits.

vrijdag 20 mei 2011

Morgen naar Hongarije

Over 12 uur is het zover: dan vertrekt het vliegtuig naar Hongarije. Benieuwd wat de Spring Meeting voor interessante informatie en ontmoeten zal brengen!

maandag 28 maart 2011

Hart verloren in Egypte

‘Op advies van de ambassade zijn we naar Nederland gevlogen, maar zodra het kan, willen we terug naar Egypte en snel weer aan de slag!’ Ze bestaan nog steeds: mensen die het comfortabele Nederland verruilen voor een ontwikkelingsland om daar met hun voeten in de klei – of bijvoorbeeld in Egyptisch zand – te werken aan een betere wereld. Marja en Margreet zijn van die mensen. Al vijf jaar zijn ze actief in een project van Dorcas in Egypte waarin mensen met een verstandelijke beperking dagopvang krijgen en op hun eigen niveau een vak leren. Nu het vanwege de politieke onrust daar verstandiger was het land tijdelijk te verlaten, had ik de kans om me te laten inspireren door hun verhaal.

Als er één ding duidelijk wordt als je met hen praat, dan is het dat Marja en Margreet borrelen van enthousiasme voor hun werk. In de afgelopen jaren heeft Dorcas in samenwerking met plaatselijke kerken al 23 lokale opvangcentra opgezet. En met dankbaarheid zien Marja en Margreet steeds opnieuw de resultaten. Niet alleen in de 200 kinderen en jongeren die een totaal nieuw gevoel van eigenwaarde ontwikkelen, maar ook in hun familie en buren die met stomme verbazing tot de ontdekking komen dat zij veel meer kunnen dan iedereen had verwacht.

Het percentage gehandicapten ligt erg hoog in Egypte, onder meer als gevolg van inteelt en slechte omstandigheden tijdens zwangerschap en bevalling. Hulp voor deze mensen is zeldzaam – opvang waar ze vaardigheden leren en aan het werk gaan, kent men eigenlijk helemaal niet. Uit schaamte worden kinderen met een beperking of met gedragsproblemen vaak door hun familieleden weggestopt. Investeren in een opleiding is er zeker niet bij, want dat lijkt verspilde moeite. De verandering die het project in de kinderen teweegbrengt gaat dan ook niet onopgemerkt aan de buurt voorbij. Marja en Margreet hebben meer dan eens mogen zien hoe het stigma afbrokkelt en het opvangcentrum zelfs de trots van een dorp wordt!

Als het binnen hun mogelijkheden ligt, leren de jongeren handvaardigheden zoals houtbewerking, naaien en weven. De houten puzzels, spelletjes, kaarsen, tassen en kussenslopen die ze maken, worden verkocht. Een deel van de deelnemers blijft in het opvangcentrum werken, anderen vinden zelfs een baantje bij een timmerman of in een klooster. Dit is voor de buitenwereld toch wel de ultieme kroon op het project: wie had ooit gedacht dat deze zoon financieel zou kunnen bijdragen aan de familie, dat deze dochter met haar huishoudelijke vaardigheden toch nog aan de man zou kunnen worden geholpen!

Marja en Margreet kunnen niet wachten tot hun vliegtuig naar Egypte weer vertrekt. Ze hebben hun hart verloren aan het werk. En wie met hun passie geconfronteerd wordt, verliest al snel zijn hart aan hén.

(Dit artikel is gepubliceerd in het Christelijk Weekblad van 25 maart 2011)

donderdag 10 februari 2011

Wel goed eten hoor, Zoya!

De Tweede Wereldoorlog meegemaakt, decennia lang gebukt gegaan onder een communistisch bewind en nu arm en vergeten aan de rand van de samenleving. Van alle groepen mensen die we als hulporganisatie Dorcas helpen, gaan de ouderen in Oost-Europa me het meest aan het hart. Velen van hen hebben hun leven lang hard gewerkt, sommigen in een staatsboerderij, anderen in het onderwijs, voor de spoorwegen of in een fabriek. Het geld dat ze daarmee voor hun oude dag hadden gespaard, is na de val van de muur in rook opgegaan door de inflatie. Een Russische collega zei het zo: het bedrag waar je eens een splinternieuwe auto van kon kopen, ben je nu kwijt aan een pak melk. Van hun pensioentje van een paar tientjes per maand kunnen ze absoluut niet rondkomen. En zo proberen duizenden en duizenden ouderen het hoofd boven water te houden in vervallen huisjes op het platteland of in de verwaarloosde flatgebouwen in de steden.

Ik zit in een kamertje bij Zoya, een vrouw van over de negentig in een klein huisje in het zuiden van Rusland. Met haar zoon in Siberië heeft ze nog nauwelijks contact en verder heeft ze geen enkele familie. Alleen een buurvrouw kijkt nog naar haar om, kookt voor haar en vertelt haar de laatste nieuwtjes uit de omgeving. ‘Een jaar geleden ben ik gevallen en heb ik mijn heup bezeert’, vertelt ze. ‘De ambulance wilde me niet naar het ziekenhuis brengen, want er was niets gebroken. Nu heb ik nog steeds pijn en kan ik haast niet meer lopen.‘ Zoya heeft altijd gezegd dat ze negentig wilde worden. ‘Maar nu ik vrijwel aan bed ben gebonden, is het moeilijk om dapper te blijven en door te gaan.’ Ondanks haar moeilijke leven is Zoya erg nuchter en maakt ze grapjes. Als ik vraag of ik een foto van haar mag maken, zegt ze lachend: ‘Als ik mooi genoeg ben voor je camera…’.

Zoya is opgenomen in het Adopt a Granny-project van Dorcas. Met de financiële steun van een Nederlandse sponsor krijgt ze regelmatig voedsel en medicijnen, en wat bijna nog het belangrijkste voor haar is: bezoek van vrijwilligers uit het project. Zo mogen we al ruim vierduizend ouderen in vergelijkbare omstandigheden ondersteunen. De Bijbel staat vol met oproepen om praktisch om te zien naar de naaste, om voor ‘de weduwe en de wees’ te zorgen. Prachtig zo beeldend en logisch als het in Jacobus 2 staat – het heeft geen zin om te zeggen: ‘Wel goed eten hoor, Zoya, en doe een warme jas aan!’, zonder haar dat brood en die jas te geven. Door van onze rijkdom te delen met anderen, voegen we waardevolle daden bij onze geloofsbelijdenis en wordt onze belijdenis tot een levend getuigenis in de wereld.

(Dit artikel is gepubliceerd in de nieuwsbrief van www.cip.nl op 9 februari 2011)